HOOFDSTUK 39

Naar oneindigheid

De wolk, het ruimteschip en verder

De iPad 2

Nog voor de iPad in de winkel lag, dacht Jobs al na over wat er in de iPad 2 allemaal moest komen. Hij moest in ieder geval een camera aan de voorkant en één aan de achterkant hebben – iedereen wist dat dat eraan zat te komen – en hij wilde beslist dat hij dunner werd. Maar er was een bijzaak waarop hij zijn aandacht richtte, terwijl de meeste mensen er niet eens over na zouden denken: de hoezen die mensen gebruikten, zaten over de prachtige lijnen van de iPad en leidden af van het scherm. Zij maakten dikker wat dunner zou moeten zijn. Ze stopten in een alledaagse hoes wat eigenlijk een magisch apparaat was in al zijn aspecten.

In dezelfde tijd las hij een artikel over magneten, knipte het uit en gaf het aan Jony Ive. De magneten bezaten een aantrekkingskegel die precies gericht kon worden. Misschien konden die gebruikt worden om een afneembare hoes vast te zetten. Op die manier kon hij aan de voorkant van de iPad worden bevestigd zonder dat het hele apparaat erin verdween. Een van de mannen van Ive’s groep werkte uit hoe een afneembare hoes gemaakt kon worden die met een magnetische scharnier aan het apparaat vastzat. Bij het openen kwam het scherm als vanzelf tot leven als het gezicht van een baby die gekieteld wordt, waarna de hoes onder de iPad tot een steun werd gevouwen.

Het was geen hightech, het was zuiver mechanisch. Maar het was betoverend. En het voldeed ook weer aan Jobs’ wens naar end-to-end integratie: de hoes en de iPad 2 waren samen ontworpen zodat de magneten en de scharnier naadloos op elkaar aansloten. De iPad 2 kende nog veel meer verbeteringen, maar deze vermetele kleine hoes, waar de meeste CEO’s zich in het geheel niet mee zouden bemoeien, was er een die heel veel glimlachjes opriep.

Omdat Jobs weer op ziekteverlof was, werd hij niet verwacht bij de lancering van de iPad 2, die op 2 maart 2011 in San Francisco plaats zou vinden. Maar toen de uitnodigingen de deur uitgingen, zei hij tegen me dat ik moest proberen om erbij te zijn. De scène was zoals gebruikelijk: op de voorste rij de top van Apple, Tim Cook die energierepen at, en uit de muziekinstallatie schalden toepasselijke nummers van de Beatles, uitlopend in ‘You Say You Want a Revolution’ en ‘Here Comes the Sun’. Reed Jobs arriveerde op het laatste moment met twee nogal verdwaasd kijkende mede-eerstejaars.

‘We hebben een poos aan dit product gewerkt en ik wilde dit vandaag niet missen,’ zei Jobs terwijl hij het podium op slenterde, broodmager maar met een zelfverzekerde glimlach. De massa barstte uit in geroep en geschreeuw en een staande ovatie.

Hij begon de demo over de iPad 2 met het uitgebreid tonen van de nieuwe hoes. ‘Deze keer zijn hoes en apparaat samen ontworpen,’ legde hij uit. Daarna ging hij in op kritiek die hem bezig had gehouden omdat er iets waars in zat: de originele iPad was beter om content mee te consumeren dan die zelf te scheppen. Daarom had Apple twee van zijn beste creatieve toepassingen voor de Macintosh, GarageBand en iMovie, aangepast en krachtige versies gemaakt voor de iPad 2. Jobs liet zien hoe makkelijk het was om een liedje te componeren en te orkestreren, hoe je muziek en special effects aan je zelfgemaakte videobeelden toe kon voegen, en hoe makkelijk het was om dergelijke creaties met de nieuwe iPad naar anderen te sturen of samen te bekijken.

Weer eindigde hij zijn presentatie met de afbeelding van de straatnaambordjes op het kruispunt van ‘Liberal Arts’ en ‘Technology’. En deze keer gaf hij zo helder mogelijk uiting aan zijn credo dat ware creativiteit en eenvoud voortkomen uit het integreren van het geheel – hardware en software, en in dit geval ook content en hoezen en verkopers – in plaats van een open en gefragmenteerd platform, zoals gebeurd was met de Windows-pc’s en nu aan het gebeuren was met Android-apparaten:

==

Het zit in Apple’s DNA dat technologie alleen niet voldoende is. Wij geloven in technologie in nauw verband met menswetenschap waardoor we het resultaat krijgen waarvan we blij worden. Nergens geldt dat zo sterk als bij deze post-pc-apparaten. Mensen haasten zich deze tabletmarkt op en zien hem als hun volgende pc, waarin hardware en software door verschillende bedrijven geleverd worden. Onze ervaring, en ieder bot in ons lichaam, zegt dat dit niet de juiste benadering is. Dit zijn post-pc-apparaten die nog intuïtiever en makkelijker in gebruik moeten zijn dan een pc, en waar de software en de hardware en de applicaties op een nog naadlozer manier met elkaar verbonden dienen te zijn dan in een pc. Volgens ons hebben wij de juiste architectuur, en niet alleen in silicium, maar ook in onze organisatie, om dit soort producten te kunnen bouwen.

Deze architectuur was echter niet alleen in de apparaten en in de organisatie ingebed die hij had gebouwd, maar vooral in zijn eigen ziel.

Na de lancering zat Jobs vol energie. Hij kwam naar het Four Seasons Hotel om met zijn vrouw, Reed en zijn twee maten van Stanford, en mij te lunchen. Voor de verandering at hij eens, al was hij nog steeds wel erg kieskeurig. Hij bestelde vers vruchtensap, dat hij drie keer terugstuurde omdat het volgens hem iedere keer uit een fles kwam, en een pasta primavera die hij na een hapje van zich af schoof als oneetbaar. Maar daarna at hij de helft van mijn krabsalade en bestelde er toen zelf een, en daarna at hij een ijscoupe. Het zeer inschikkelijke hotel wist zelfs een glas vruchtensap te serveren dat hij wel lekker vond.

De volgende dag was hij thuis nog steeds opgewekt. Hij was van plan een dag later in zijn eentje naar Kona Village te vliegen en ik vroeg hem wat hij voor de reis op zijn iPad 2 had gezet. Er stonden drie films op: Chinatown, The Bourne Ultimatum en Toy Story 3. Veelzeggender was het enige boek dat hij gedownload had: The Autobiography of a Yogi, de gids naar meditatie en spiritualiteit die hij voor de eerste keer als tiener had gelezen, daarna in India, en sindsdien een keer per jaar.

Halverwege de ochtend besloot hij dat hij ergens iets wilde gaan eten. Omdat hij zelf nog te zwak was om auto te rijden, reed ik hem naar een broodjeszaak in een winkelcentrum. De zaak was gesloten, maar de eigenaar was gewend aan Jobs’ gebons op de deur als hij nog dicht was en liet ons vrolijk binnen. ‘Hij heeft het op zich genomen om mij vet te mesten,’ grapte Jobs. Zijn artsen hadden er bij hem op aangedrongen om eieren te eten als bron van hoogwaardige eiwitten en hij bestelde een omelet. ‘Het leven met een ziekte als deze met al die pijn herinnert je constant aan je eigen sterfelijkheid, en dat kan rare dingen doen met je hersenen als je niet oppast,’ zei hij. ‘Je maakt geen plannen voor over meer dan een jaar en dat is niet goed. Je moet jezelf dwingen plannen te maken alsof je nog heel veel jaren te leven hebt.’

Een voorbeeld van dit magische denken was zijn plan om een luxueus jacht te laten bouwen. Vóór zijn levertransplantatie huurde het gezin voor de vakantie meestal een zeilschip en voeren dan langs de Mexicaanse kust of over de zuidelijke Stille Oceaan of de Middellandse Zee. Tijdens veel van deze zeiltochten raakte Jobs verveeld of ging hij een hekel krijgen aan het ontwerp van het schip; vaak werd de tocht dan afgebroken en vloog hij naar Kona Village. Maar soms was de tocht juist fijn. ‘De mooiste vakantie die ik ooit heb gehad, was toen we langs de Italiaanse kust naar het zuiden voeren en toen naar Athene – wat een hel is, maar het Parthenon is overweldigend. Van daar gingen we naar Efese in Turkije, waar ze die oude openbare toiletruimtes van marmer hebben met in het midden een ruimte waar musici speelden.’ Toen ze in Istanbul waren, nam hij een leraar geschiedenis in de arm om als gids te dienen voor het gezin. Aan het einde van de toer bezochten ze een Turks bad, waar Jobs door het verhaal van de leraar tot een inzicht kwam over de globalisering van de jeugd:

==

Ik had hier een echte openbaring. We droegen allemaal badjassen en ze maakten Turkse koffie voor ons. De leraar legde uit hoe de koffie hier heel anders werd gemaakt dan elders en ik dacht: ‘So fucking what?’ Welke kinderen, zelfs in Turkije, kan die Turkse koffie nou iets schelen? De hele dag had ik hier in Istanbul jongeren gezien en ze dronken allemaal wat alle jongeren in de wereld drinken, en ze droegen kleren die eruitzagen alsof ze bij de Gap waren gekocht, en ze hadden allemaal mobieltjes. Ze waren net als jongeren overal zijn. Toen kwam het in me op dat voor jonge mensen de hele wereld nu hetzelfde is. Als wij dingen maken, dan is er niet zoiets als een Turks mobieltje, of een muziekspeler die jonge mensen in Turkije willen hebben die anders is dan jongeren elders in de wereld willen hebben. We zijn nu één wereld.

Na die heerlijke zeiltocht hield Jobs zich enige tijd bezig met het ontwerpen en herhaaldelijk opnieuw ontwerpen van een schip waarvan hij zei dat hij dat nog ooit eens wilde gaan bouwen. Maar toen hij in 2009 opnieuw ziek werd, had hij bijna een einde gemaakt aan het hele project. ‘Ik dacht niet dat ik nog zou leven als het klaar was,’ vertelde hij. ‘Maar ik werd daar zo bedroefd van en ik bedacht dat werken aan het ontwerp zo leuk was en dat ik misschien toch nog zou leven als het was afgebouwd. Als ik op zou houden met het werken aan het schip en dan nog twee jaar zou leven, dan zou ik echt kwaad zijn. Dus bleef ik ermee bezig.’

Na onze omelet in de broodjeszaak gingen we terug naar zijn huis waar hij me alle modellen en bouwtekeningen liet zien. Zoals te verwachten was, was het jacht gelikt en minimalistisch. De dekken van teak waren volmaakt glad zonder dat er ook maar iets van onderdelen te zien was. Net als bij een Apple Store had de kajuit grote ramen, bijna van vloer tot plafond, en was het centrale woongedeelte voorzien van glazen wanden van twaalf meter lang en drie meter hoog. Hij had de ontwerper van de Apple Stores gevraagd om een speciaal glas te ontwerpen, dat als dragend element kon dienen.

Inmiddels was aan de bouw van het schip begonnen door de Nederlandse jachtbouwer Feadship, terwijl Jobs nog steeds met het ontwerp aan het spelen was. ‘Ik weet dat de mogelijkheid bestaat dat ik doodga en Laurene achterlaat met een half afgebouwd schip,’ zei hij. ‘Maar ik moet ermee bezig blijven. Als ik dat niet doe, geef ik eigenlijk toe dat ik bijna doodga.’

Een paar dagen later zouden hij en Powell hun twintigjarig huwelijk vieren en hij gaf toe dat hij haar vaak onvoldoende had gewaardeerd. ‘Ik ben heel gelukkig, want je weet gewoon niet wat je te wachten staat als je trouwt,’ zei hij. ‘Je hebt een intuïtief gevoel over dingen. Ik kon het niet beter gedaan hebben, want Laurene is niet alleen slim en mooi, ze bleek ook nog eens een echt goed iemand te zijn.’ Even kwam er een traan in zijn ogen. Hij had het over zijn eerdere vriendinnen, en vooral over Tina Redse, maar zei dat het voor hem goed was afgelopen. Ook zei hij peinzend dat hij erg egocentrisch en veeleisend kon zijn. ‘Laurene moest daarmee om zien te gaan, en ook met mij toen ik ziek was,’ zei hij. ‘Ik weet dat het leven met mij geen rozengeur en maneschijn is.’

Een van zijn egocentrische trekjes was dat hij zich meestal geen jubilea of verjaardagen wist te herinneren. Maar in dit geval had hij een verrassing gepland. Ze waren getrouwd in de Ahwahnee Lodge in Yosemite National Park en hij besloot Laurene daar weer mee naartoe te nemen voor hun huwelijksdag. Maar toen hij belde, was het hotel al volgeboekt. Hij vroeg daarom of de staf de mensen die de suite hadden geboekt waarin hij en Powell hadden verbleven, wilde bellen om te vragen of ze die af wilden staan. ‘Ik bood aan om een ander weekeinde voor ze te betalen,’ vertelde Jobs, ‘en de man was heel aardig en zei: “Twintig jaar, alsjeblieft, je mag hem hebben, hij is voor jullie.”’

Hij had de huwelijksfoto’s opgezocht die een vriend had gemaakt en liet grote afdrukken op board maken, die hij in een mooie doos verpakte. In zijn iPhone vond hij de tekst die hij had geschreven om bij de foto’s in de doos te doen, en las hem voor:

==

We wisten twintig jaar geleden nog niet zoveel van elkaar. We gingen af op onze intuïtie; je sleepte me helemaal mee. Het sneeuwde toen we in de Ahwahnee trouwden. Er gingen jaren voorbij, er kwamen kinderen, goede tijden, moeilijke tijden, maar nooit slechte tijden. Onze liefde en ons respect zijn gebleven en gegroeid. We hebben samen zoveel meegemaakt en nu zijn we terug waar we twintig jaar geleden begonnen – ouder, wijzer – met rimpels in ons gezicht en in ons hart. We kennen nu veel van de genoegens, pijnen, geheimen en wonderen van het leven en we zijn nog steeds bij elkaar. Ik word nog steeds door je meegesleept.

Aan het einde van het briefje huilde hij. Toen hij zichzelf weer in bedwang had, merkte hij op dat hij ook een set foto’s voor ieder van de kinderen had laten maken. ‘Ik dacht dat ze misschien wel eens wilden zien dat ik ook ooit jong ben geweest.’

iCloud

In 2001 had Jobs een visioen gehad: je pc kon dienen als een ‘digitale hub’ voor een aantal lifestyle-apparaten, zoals muziekspelers, videorecorders, mobiele telefoons en tablet-computers. Dit paste bij Apple’s kracht van het scheppen van end-to-end producten die eenvoudig waren in gebruik. Apple werd zo getransformeerd van een bedrijf met het duurdere soort computers tot het waardevolste technologische bedrijf ter wereld.

Begin 2008 had Jobs opnieuw een visioen, nu voor de volgende golf in het computertijdperk. In de toekomst, zo zag hij voor zich, zou de desktopcomputer niet langer dienen als hub voor jouw content. In plaats daarvan zou de cloud, ‘de wolk’, de hub worden. Met andere woorden, jouw content zou worden opgeslagen op servers die werden beheerd door een bedrijf waar jij vertrouwen in had, en het zou dan voor jou overal beschikbaar zijn op elk apparaat. Het werken met een cloud wordt cloudcomputing genoemd. Het zou drie jaar duren voordat hij het in orde had.

Hij begon met een valse noot. In de zomer van 2008 lanceerde hij een product genaamd MobileMe, een duur ($ 99 per jaar) abonnement op een dienst waarbij je je adresboek, documenten, foto’s, video’s, e-mail en kalender in de cloud kon onderbrengen en synchroniseren met al je apparaten. In theorie kon je met je iPhone, je iPad, enzovoort, alle aspecten van je digitale leven bereiken. Er was echter een groot probleem: de dienst was zo beroerd. Het gebruik was complex, apparaten synchroniseerden niet goed en e-mail en andere data verdwenen ergens in de ether. ‘Apple’s MobileMe is veel te slecht om betrouwbaar te zijn’, was de kop boven Walt Mossbergs recensie in de Wall Street Journal.

Jobs was zeer kwaad. Hij liet het hele MobileMe-team naar de aula van de Apple Campus komen, betrad het podium en vroeg: ‘Kan iemand mij vertellen wat MobileMe verondersteld wordt te doen?’ Nadat de leden van het team wat antwoorden hadden gegeven, reageerde Jobs met: ‘En why the fuck doet het dat dan niet?’ Het volgende halfuur schold hij ze de huid vol. ‘Jullie hebben Apple’s reputatie besmeurd,’ zei hij. ‘Jullie zouden elkaar moeten haten omdat jullie elkaar zo hebben teleurgesteld. Mossberg, onze vriend, schrijft niet langer goede dingen over ons.’ Ten overstaan van iedereen ontsloeg hij de leider van het MobileMe-team en verving hem door Eddy Cue, die inmiddels aan het hoofd stond van alle internetcontent van Apple. Adam Lashinsky van Fortune schreef in een analyse van Apple’s bedrijfscultuur: ‘Aansprakelijkheid wordt afgedwongen.’

In 2010 was duidelijk dat Google, Amazone, Microsoft en andere allemaal probeerden dat ene bedrijf te worden bij wie je het beste al je content en data in de cloud onder kon brengen en synchroniseren met al je apparaten. Jobs verdubbelde dan ook Apple’s inspanningen. Zoals hij me die herfst uitlegde:

==

Wij moeten het bedrijf zijn dat jouw relatie met de cloud onderhoudt – je muziek en video’s uit de cloud streamt, je foto’s en informatie er opslaat, en misschien zelfs je medische gegevens. Apple was de eerste die inzag dat je computer een digitale hub zou worden. Daarom schreven wij al die apps – iPhoto, iMovie, iTunes – en verbonden we er al onze apparaten mee, zoals de iPod en de iPhone en de iPad, en het werkte briljant. Maar in de komende paar jaar verhuist de hub van jouw computer naar de cloud. Het is dus dezelfde strategie van de digitale hub, maar de hub bevindt zich dan ergens anders. Het betekent dat je altijd toegang hebt tot je content en niet hoeft te synchroniseren.

Het is belangrijk dat wij deze transformatie zelf doen, vanwege wat Clayton Christensen ‘het innovators-dilemma’ noemt, waarbij mensen die iets uitvinden, gewoonlijk de laatsten zijn die er voorbijkijken, en wij willen absoluut niet achteropraken. Ik pak MobileMe en maak het gratis, en we gaan het synchroniseren van content eenvoudig maken. In North Carolina bouwen we een complex met servers. We kunnen alles synchroniseren wat je maar wilt, en zo houden we de klant vast.

Jobs besprak zijn visie tijdens de vaste vergaderingen op maandagmorgen en geleidelijk aan ontwikkelde zich een nieuwe strategie. ‘Ik stuurde om 2 uur ’s nachts e-mails naar groepen mensen en praatte over van alles,’ vertelde hij. ‘We denken een hoop na omdat dit geen baan is, maar ons leven.’ Hoewel sommige leden van de raad van bestuur, onder wie Al Gore, het idee om MobileMe gratis te maken, in twijfel trokken, ging de raad akkoord. Het zou hun strategie worden om de komende tien jaar nieuwe klanten in Apple’s klantenkring te lokken.

De nieuwe dienst werd iCloud genoemd, en Jobs onthulde die in juni 2011 in zijn keynote address aan Apple’s Worldwide Developers Conference. Hij was nog steeds op ziekteverlof en had in mei een paar dagen in het ziekenhuis gelegen met ontstekingen en pijn. Goede vrienden raadden hem af om de presentatie te geven, waar veel voorbereiding en repeteren in zouden gaan zitten. Maar het vooruitzicht om weer een aardverschuiving in het computertijdperk in te kunnen luiden, gaf hem nieuwe energie.

Toen hij in het San Francisco Convention Center het podium betrad, droeg hij over zijn gebruikelijke zwarte coltrui van Issey Miyake een zwarte kasjmieren trui van VONROSEN, en onder zijn jeans had hij een thermische onderbroek aan. Maar hij zag er nog uitgemergelder uit dan anders. De aanwezigen gaven hem een lange staande ovatie – ‘Dat helpt altijd, ik waardeer het zeer,’ zei hij – maar de aandelenkoers van Apple zakte binnen enkele minuten met meer dan $ 4 tot $ 340. Zijn poging was heldhaftig, maar hij zag er zwak uit.

Op het podium maakte hij plaats voor Phil Schiller en Scott Forstall, die een demonstratie gaven van de nieuwe besturingssystemen van de Mac en mobiele apparaten, waarna hij weer terugkwam om zelf iCloud te introduceren. ‘Ongeveer tien jaar geleden hadden we een van onze belangrijke inzichten,’ zei hij. ‘De pc zou de hub worden van jouw digitale leven. Je video’s, je foto’s, je muziek. Maar de afgelopen jaren is hierin de klad gekomen. Waarom?’ Hij stak een verhaal af over hoe moeilijk het was om al je content voor al je apparaten te synchroniseren. Als je een nummer hebt dat je hebt gedownload op je iPad, een foto die je met je iPhone hebt gemaakt en een video die je op je computer hebt opgeslagen, dan zou je je wel eens zo’n ouderwetse telefonist kunnen gaan voelen als je de hele tijd USB-kabels in apparaten aan het stoppen bent en er weer uit aan het halen om alle content te delen. ‘Je wordt er gek van om deze apparaten allemaal gesynchroniseerd te houden,’ zei hij en het publiek lachte. ‘We hebben een oplossing. Het volgende grote visioen. We degraderen de pc en de Mac tot gewone apparaten en we gaan de digitale hub in de cloud onderbrengen.’

Jobs wist heel goed dat dit ‘grote visioen’ niet helemaal nieuw was. Hij maakte zelfs een grapje over hun vorige poging. ‘Misschien denk je nu, en waarom zou ik ze geloven? Zij hebben me ook MobileMe geleverd.’ Het publiek lachte schuchter. ‘Laat ik zeggen dat dat niet ons beste product is geweest.’ Toen hij iCloud demonstreerde, bleek echter al gauw dat dit beter zou zijn. E-mail, adressen en kalender lieten zich moeiteloos synchroniseren. Dat gold ook voor apps, foto’s, boeken en documenten. Het indrukwekkendst van al was dat Jobs en Eddy Cue overeenkomsten hadden gesloten met platenmaatschappijen (wat Google en Amazon niet was gelukt). Apple kon direct zo’n achttien miljoen nummers in zijn cloudservers opbergen. Als je er hiervan één of meer op een van je apparaten had staan – of je die nu legaal had gekocht of gejat – dan kon je met al je Apple-apparaten toegang krijgen tot een versie van hoge kwaliteit, zonder dat je eerst tijd en moeite moest doen om het zelf in de cloud te uploaden. ‘En het werkt allemaal,’ zei hij.

Dat eenvoudige concept – dat alles naadloos met elkaar samen zou werken – was, zoals altijd, Apple’s sterke punt. Microsoft maakte al meer dan een jaar reclame voor ‘Cloud Power’ en drie jaar eerder had hun voornaamste softwarearchitect, de legendarische Ray Ozzie, een opruiende kreet het bedrijf ingestuurd: ‘Het is ons streven dat individuen hun content maar één keer hoeven te uploaden, waarna ze met ieder apparaat van hun content kunnen genieten.’ Maar Ozzie had Microsoft eind 2010 verlaten en het offensief voor cloudcomputing heeft zich nooit tot consumentenproducten uitgestrekt. In 2011 bood zowel Google als Amazon clouddiensten aan, maar geen van beide bedrijven was in staat om hardware en software en content voor uiteenlopende apparaten te integreren. Maar Apple beheerste iedere schakel van het systeem zelf en ontwierp ze juist om samen te werken: de apparaten, computers, besturingssystemen en toepassingssoftware, evenals de verkoop en opslag van content.

Natuurlijk werkte alles alleen naadloos als je een apparaat van Apple gebruikte en binnen Apple’s ommuurde tuin bleef. Dat gaf Apple echter nog een voordeel: klanten liepen niet weg. Begon je eenmaal met iCloud, dan was het heel moeilijk om over te stappen op een apparaat met het operating system van Android of Kindle, de e-reader van Amazon. Je muziek en andere content waren daarmee niet te synchroniseren; ze werkten mogelijk niet eens. Dat was het gevolg als je drie decennia open systemen meed. ‘We hebben eraan gedacht of we een clientcomputer met muziek voor Android zouden moeten hebben,’ vertelde hij me de volgende morgen tijdens het ontbijt. ‘We hebben een versie van iTunes gemaakt voor Windows, zodat we meer iPods konden verkopen. Maar ik zie geen enkel voordeel in het maken van een muziekapp voor Android, behalve dan om Android-gebruikers gelukkig te maken. En ik wil Android-gebruikers helemaal niet gelukkig maken.’

Een nieuwe campus

Toen Steve Jobs 12 jaar was, zocht hij Bill Hewlett op in het telefoonboek en belde hem om te vragen om een onderdeel dat hij nodig had om een frequentiemeter te bouwen, en het eindigde ermee dat hij een zomerbaantje kreeg op de instrumentenafdeling van Hewlett-Packard. In hetzelfde jaar kocht HP een stuk land in Cupertino om de rekenmachineafdeling uit te breiden. Wozniak ging daar werken en het was op die plek waar hij in de nachtelijke uren de Apple I en de Apple II ontwierp.

Toen HP in 2010 besloot om afscheid te nemen van het terrein in Cupertino, dat op ongeveer anderhalve kilometer van Apple’s hoofdkwartier One Infinite Loop lag, regelde Jobs in alle stilte de aankoop van dat en het aangrenzende terrein. Hij bewonderde de manier waarop Hewlett en Packard een duurzaam bedrijf hadden opgebouwd en hij was trots op het feit dat hij hetzelfde had gedaan met Apple. Nu wilde hij een hoofdkwartier dat daarbij paste, iets wat geen technologiebedrijf aan de Amerikaanse westkust had. Uiteindelijk wist hij een terrein van zo’n 60 hectare te verkrijgen, waar in zijn jeugd nog perzikboomgaarden hadden gestaan, en wierp hij zich op een project voor zijn nalatenschap, waarin hij zijn passie voor design combineerde met zijn passie voor het creëren van een duurzaam bedrijf. ‘Ik wil een karakteristieke campus nalaten die de waarden van het bedrijf nog generaties lang zal uitdragen,’ zei hij.

Hij nam het volgens hem beste architectenbureau ter wereld in de arm, dat van Sir Norman Foster, dat mooie gebouwen onder handen had gehad, zoals de aanpassingen aan Reichstag in Berlijn, en 30 St. Mary Axe, beter bekend als ‘de Augurk’, in Londen had ontworpen. Verrassend is het niet dat Jobs zo bij het ontwerp, dat wil zeggen zowel wat betreft algemene opzet als de details, betrokken raakte dat het bijna onmogelijk werd om het over het finale ontwerp eens te worden. Dit zou zijn duurzame bouwwerk moeten worden en hij wilde dat het perfect was. Fosters bedrijf zette vijftig architecten in een team en heel 2010 toonden zij om de drie weken herziene maquettes en nieuwe mogelijkheden. Keer op keer kwam hij met nieuwe concepten, soms met compleet nieuwe vormen, en liet hij hen opnieuw beginnen en met meer alternatieven komen.

Toen hij me voor de eerste keer in zijn woonkamer de maquettes en tekeningen liet zien, leek het gebouw op een enorme slingerende racebaan van drie met elkaar verbonden halve cirkels rond een grote binnentuin. De muren waren van vloer tot plafond van glas en binnen stonden rijen bureauhokjes zó opgesteld dat het zonlicht in de lange doorgangen viel. ‘Hierdoor ontstaan plaatsen voor toevallige, vruchtbare ontmoetingen,’ zei hij, ‘en iedereen krijgt er voldoende zonlicht.’

De keer daarop dat hij me de plannen liet zien, een maand later, bevonden we ons in de grote vergaderzaal van Apple, tegenover zijn kantoor, waar een maquette van het nieuwe gebouw een hele tafel in beslag nam. Hij had een grote verandering aangebracht. De bureauhokjes stonden nu verder van de ramen waardoor er een brede gang ontstond die in het zonlicht baadde. Die zou dienen als de gemeenschappelijke ruimte. Er was enige discussie met sommige van de architecten die wilden dat de ramen open konden. Jobs was nooit gek geweest op het idee dat mensen dingen open konden doen. ‘Dat stelt mensen alleen maar in staat om dingen te verpesten,’ verklaarde hij. Hierin, en in andere details, kreeg hij zijn zin.

Toen hij die avond thuiskwam, liet Jobs de tekeningen tijdens het eten zien en grapte Reed dat het complex hem van bovenaf deed denken aan de mannelijke genitalia. Zijn vader deed het commentaar af als een typische opmerking van een tiener. Maar de volgende dag zei hij het wel tegen de architecten. ‘Het is jammer, maar nu ik jullie dit eenmaal heb verteld, kunnen jullie dat beeld nooit meer uit jullie geest wissen,’ zei hij. Bij mijn volgende bezoek was de vorm teruggebracht tot een cirkel.

Het nieuwe ontwerp betekende dat er in het hele gebouw geen enkel recht stuk glas zou zitten. Ieder venster was gebogen en naadloos tegen het volgende geplaatst. Jobs was al heel lang gefascineerd door glas en zijn ervaring met de hoge eisen die hij stelde aan de speciaal gemaakte glazen panelen voor de Apple Stores gaf hem het vertrouwen dat het ook mogelijk was om grote gebogen ruiten te maken. De geplande binnentuin was 240 meter lang en hij liet me met behulp van op doorzichtig plastic gedrukte plattegronden van het Sint-Pietersplein in Rome zien, dat dat er helemaal in paste. Een van zijn jeugdherinneringen was die aan de boomgaarden die ooit de streek domineerden, en dus nam hij een boomdeskundige van Stanford in de arm en verordonneerde dat tachtig procent van het terrein een natuurlijke inrichting moest krijgen, met zesduizend bomen. ‘Ik vroeg hem ervoor te zorgen dat er nieuwe abrikozenboomgaarden zouden komen,’ vertelde Jobs. ‘Vroeger zag je die bomen overal, zelfs op de straathoeken, en ze maken deel uit van de nalatenschap van deze vallei.’

In juni 2011 waren de tekeningen voor het vier verdiepingen tellende gebouw van zo’n 280.000 vierkante meter, waarin meer dan twaalfduizend mensen zouden werken, gereed om onthuld te worden. Hij besloot om dat doen op een rustig, niet van tevoren bekendgemaakt moment voor de gemeenteraad van Cupertino op de dag na de Worldwide Developers Conference waarop hij iCloud had gepresenteerd.

Hoewel hij nog steeds maar weinig energie had, had hij die dag een drukke agenda. Ron Johnson, die de Apple Stores ontwikkeld had en een decenniumlang aan het hoofd had gestaan van de winkelafdeling, had een aanbod geaccepteerd om CEO te worden van J.C. Penney Company, een warenhuisketen met meer dan duizend winkels, en hij kwam die ochtend bij Jobs thuis langs om zijn vertrek te bespreken. Daarna gingen Jobs en ik naar een ontbijtcafé genaamd Fraiche in Palo Alto, waar hij geanimeerd praatte over mogelijke toekomstige producten van Apple. Later die dag werd hij naar Santa Clara gebracht voor het driemaandelijkse bezoek van Apple aan de top van Intel, waar de mogelijkheid besproken werd om in toekomstige mobiele apparaten weer chips van Intel te gebruiken. Die avond speelde U2 in het Oakland Coliseum en Jobs had overwogen om erheen te gaan. In plaats daarvan besloot hij de avond te gebruiken om zijn bouwplannen voor te leggen aan Cupertino’s gemeenteraad.

Hij kwam zonder assistenten of drukte en zag er ontspannen uit in dezelfde trui, die hij bij de conferentie van zijn ontwikkelaars had gedragen. Op het podium liet hij met de klikker in zijn hand in twintig minuten de tekeningen op een groot scherm passeren. Toen een schets van het mooie, futuristische, volmaakt ronde gebouw op het scherm verscheen, pauzeerde hij en glimlachte. ‘Het is net een ruimteschip dat op aarde is geland,’ zei hij. En even later voegde hij hieraan toe: ‘Volgens mij maken we kans om het mooiste kantoorgebouw ter wereld neer te zetten.’

De vrijdag daarna stuurde Jobs een e-mail naar een collega uit het verre verleden, Ann Bowers, de weduwe van een van de oprichters van Intel, Bob Noyce. Begin jaren tachtig was ze directeur personeel geweest van Apple en degene die Jobs terecht moest wijzen na zijn woede-uitbarstingen en de mentale wonden moest verzorgen van zijn medewerkers. Jobs vroeg of ze de volgende dag op bezoek wilde komen. Op dat moment zat Bowers in New York, maar ze kwam zondag direct na terugkomst langs. Hij was inmiddels weer ziek, had pijn en weinig energie, maar hij wilde haar graag de tekeningen laten zien van het nieuwe hoofdkantoor. ‘Je zou trots op Apple zijn,’ zei hij. ‘Je zou trots moeten zijn op wat we hebben opgebouwd.’

Toen keek hij haar aan en stelde haar met strakke blik een vraag die haar volledig van haar stuk bracht. ‘Vertel me eens, hoe was ik toen ik jong was?’

Bowers probeerde hem eerlijk antwoord te geven. ‘Je was heel heetgebakerd en heel moeilijk,’ antwoordde ze. ‘Maar je visie was meeslepend. Jij zei tegen ons: “De reis is de beloning.” En dat bleek waar.’

‘Ja,’ zei Jobs. ‘Ik heb onderweg wel een paar dingen geleerd.’ Een paar minuten later herhaalde hij dat, alsof hij Bowers en zichzelf moest overtuigen. ‘Ik heb wel een paar dingen geleerd. Echt waar.’

Steve Jobs de biografie
titlepage.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_000.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_001.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_002.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_003.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_004.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_005.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_006.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_007.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_008.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_009.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_010.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_011.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_012.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_013.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_014.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_015.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_016.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_017.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_018.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_019.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_020.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_021.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_022.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_023.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_024.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_025.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_026.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_027.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_028.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_029.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_030.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_031.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_032.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_033.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_034.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_035.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_036.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_037.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_038.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_039.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_040.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_041.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_042.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_043.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_044.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_045.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_046.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_047.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_048.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_049.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_050.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_051.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_052.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_053.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_054.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_055.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_056.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_057.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_058.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_059.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_060.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_061.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_062.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_063.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_064.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_065.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_066.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_067.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_068.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_069.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_070.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_071.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_072.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_073.xhtml
Steve Jobs de biografie_split_074.xhtml